Op non-actief gestelde Fatima Aboulouafa over haar politiewerk: « Diversiteit is belangrijk »

[ads5]

Fatima Aboulouafa werkt al 23 jaar bij de politie en is sinds vorig jaar teamchef in Leiden. Via social media vroeg ze afgelopen zomer aandacht voor racisme, machtsmisbruik en pesten binnen de politie. Daarvoor is ze nu op non-actief gesteld.

2 jaar geleden spraken we met Fatima over haar politiewerk, toen nog als coördinator wijkagent in de Schilderswijk in Den Haag, en de moeilijkheden die daar soms bij komen kijken.

Fatima: “Ik zie het politiewerk als een roeping. Rijk word je er niet van, je doet het omdat het een vak vol spanning, uitdaging en zingeving is. Als ik ’s ochtends de deur uitga, weet ik niet hoe spannend mijn dag gaat worden. Elke werkdag weer kun je in ontmoetingen impact maken op mensen. Het kan de hand zijn die je op de schouder legt van een vrouw die iets heeft meegemaakt of het gesprek dat je voert met een jongere die dreigt af te glijden. Ooit is er een 18-jarig kind in mijn armen gestorven nadat hij was gesprongen; een paar dagen later hield ik in diezelfde armen de pasgeboren baby van een vrouw die in haar auto was bevallen. Ik denk dat mijn werk me snel volwassen heeft gemaakt. De geboorte van mijn zoon deed de rest.”

Radicalisering en terrorisme
“Sinds de moord op Theo van Gogh ben ik me in radicalisering en terrorisme gaan verdiepen. Hoe kon een jongere die hier opgegroeid is en dezelfde achtergrond heeft als ik tot zo’n daad komen? Ik ben in Marokko geboren en was 4 toen ik naar Nederland kwam. Ik heb ook mijn identiteitscrisis gehad, ik ben ook gediscrimineerd, maar dat maakt niet dat ik de rechtstaat verwerp, integendeel. Ik ben juist bij de politie gegaan om die te helpen waarborgen.”

Verbinding
“Vorig jaar ben ik vanuit Limburg naar Den Haag verhuisd om in de Schilderswijk te gaan werken. Ik leid een team van 12 wijkagenten en onze focus ligt op het maken van verbinding tussen politie, de burgers en de wijk. Dat is belangrijk, zeker in zo’n kwetsbare buurt. We willen er niet alleen staan in oorlogstijd, maar juist ook in vredestijd. Wie weet maak je daarmee ook de voedingsbodem voor radicalisering kleiner. Jongeren die een paar jaar geleden met Oud en Nieuw problemen veroorzaakten lopen nu in gele hesjes met ons mee om rellen te voorkomen en er samen een mooi feest van te maken. De buurt heeft een slechte naam die hij absoluut niet verdient.”

Zoon
“Mijn zoon is aanvankelijk met me meegekomen, maar hij miste zijn leven in Limburg. Wie ben ik om zijn hele leven om te gooien alleen omdat ik carrière wil maken? Dat is niet goed. Nu woont hij door de week bij mijn ex in Limburg, in de weekeindes is hij bij mij in Den Haag. Het is een situatie waarmee wij tevreden zijn, toch krijg ik er vaak commentaar op, vooral van andere vrouwen. Als ze horen dat mijn zoon grotendeels bij zijn vader woont, zeggen ze: ‘Ach gossie meid, wat vreselijk.’ Tegen een vader zullen ze nooit zoiets zeggen. Er wordt je een beetje een schuldgevoel aangepraat, met goede bedoelingen, maar toch. Ik zie het anders: het belangrijkste is dat er door veel mensen van hem wordt gehouden. Je kunt een goede moeder zijn en toch je dromen najagen.”

Thuisbasis
“Ik probeer mijn werk niet mee naar huis te nemen, maar dat lukt niet altijd. Het is fijn als je een goede thuisbasis hebt: mensen om je heen die begrijpen wat je doet. Die ook snappen dat je soms juist niet kunt praten over wat je hebt meegemaakt, maar dat in stilte moet verwerken, of door hard tegen een bokszak te slaan. En die ook nog begrijpen dat je wel een beetje beroepsgedeformeerd raakt. Mensen die mij kennen weten dat ik in een restaurant nooit met mijn rug naar de ingang ga zitten en dat ik een oog heb voor afwijkend gedrag.”

Diversiteit
“In dit beroep kun je elke dag heel goed en integer je werk doen en je inzetten voor de maatschappij, maar er hoeft maar 1 collega een scheve schaats te rijden of ‘de politie’ deugt niet. Zo’n politiemol: daarover moet ik eindeloos commentaar aanhoren op verjaardagsfeestjes. Maar dat hoort erbij. Politiemensen ontwikkelen een dikke huid, anders houd je dit werk niet vol. Mijn familie zegt soms: wat doe je daar nog? Je zou ook in het bedrijfsleven carrière kunnen maken. Natuurlijk, dat is waar. Alleen: het politievak zit in mijn DNA. Het is mijn ambitie om teamchef te worden, zodat ik met mijn mensen een bepaalde visie kan gaan uitdragen. Diversiteit is ontzettend belangrijk. Jongeren moeten zich herkennen in de politie, vooral jonge meiden. Ik ben me terdege bewust van mijn rol ten aanzien van mijn mede-Fatimaatjes en mede-Fleurtjes. Ik weet dat jonge meiden mij als rolmodel zien. Ik wil hen meegeven dat zij ambitieus en gepassioneerd mogen zijn in het realiseren van hun dromen. Waar ik kan wil ik hen helpen om de beste versie van zichzelf te worden.”

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *